Het is voor zorgteamdeskundige Jan van Baardewijk een bekende én beruchte rem op verandering: teams die menen ‘heel open’ met elkaar te zijn, maar zich uitsluitend over de buitenwacht kritisch durven uiten.
Jan is één van de trekkers van Zorgtransformatie, een door ECo-i geïnitieerd interventieprogramma. Hij legt uit hoe hij teams tot échte openheid brengt.

Jan van Baardewijk

Waarom vinden teamleden het zo moeilijk kritisch te zijn naar elkaar?

“Kritiek is sowieso een lastig gegeven. Iedereen heeft er een andere relatie mee, maar de associaties met ‘het fout gedaan hebben’, correctie en ongelijkwaardige bemoeienis zijn natuurlijk haast onvermijdelijk.
Die staan haaks op het gevoel van gezamenlijkheid. Zeker in zorgteams is dat gevoel een kostbaar goed, want men heeft elkaar hard nodig. De druk van buitenaf op veel teams is immers niet gering: reorganisaties, bezettingswisselingen, meer met minder, nieuwe regels en procedures… Noem maar op.
Dan voelt het al snel veiliger samen op die buitenwacht te mopperen, en weg te kijken van wat er onderling gebeurt.”

In zo’n patroon kun je elkaar als team makkelijk versterken: ‘zeg jij niks over mij, dan zeg ik niks over jou’… Hoe doorbreek je dat?

“Veel mensen die ik spreek hebben zélf het idee dat ze de ander afwijzen, of de relatie op het spel zetten, wanneer ze kritiek geven. Vroeger was ik daar ook bang voor, tot ik dit leerde: speel de bal, niet de persoon.”

Dat klinkt bekend. ‘Hard on the message, gentle on the person’?

 (lacht) “Zo ongeveer ja – maar dan als rigoureuze praktijk, en niet als ‘tegeltjeswijsheid’. En ‘gentle on the person’ is daarin eigenlijk helemaal geen issue – het gaat niet over de persoon.

Leg uit…

“Mijn regel is: waar je ook over wilt praten, heb het echt over dát onderwerp; die specifieke ‘bal’. Laat de persoon, en al je beelden over hem of haar, gewoon los.
Als je collega merkt dat je dát doet, valt voor jullie allebei de negatieve lading weg. Dan ben je gewoon twee spelers van hetzelfde team, in plaats van tegenstanders.
Het wordt dan een stuk eenvoudiger kritisch te zijn over de ‘bal’, of je collega te vragen wat diens idee is over de manier van spelen.”

Wat je vertelt doet me denken aan spiegelen.

“Dat klopt. Ook bij spiegelen ga je samen in de waarnemerspositie, en verleg je de aandacht van ‘wie’ naar ‘wat’; maar dan met hele groepen tegelijk.”

Wat spreekt jou als veranderaar het meeste aan in zulke interventies?

(denkt even na) “Dat de succeservaring zichzelf meteen zo enorm versterkt. Je hebt als team misschien al jaren last van elkaar. Je bent bang elkaar kwijt te raken als je erover begint, dus je doet samen of alles koek en ei is. En dan ineens blijkt uitgerekend dat gevreesde uitspreken van kritiek pas écht voor openheid en ruimte te zorgen…
Dat is zo’n bevrijding – dan is het verstoppertje spelen echt meteen afgelopen. Dat kun je met recht een doorbraak noemen.”

Dit artikel is verschenen in de ECo-i-nieuwsbrief van juni 2014.