Pillen

Het Nederlandse zorgstelsel werkt niet naar wens. Verwijten daarover tussen betrokken partijen zijn aan de orde van de dag. Begrijpelijk, maar de kans op verandering verkleint daarmee alleen maar.
Het kan anders. Een groeiend aantal uitvoerende organisaties laat zien hoe.

“We lijken wel een ontwikkelingsland!”
Veel sectoren van de economie voelen de druk om te veranderen. In weinige is die zo groot als in de zorg – en wel op alle niveaus.
• Het rijk wil minder reguleren, maar tegelijk greep houden op het zorgpakket.
• Gemeenten worstelen met nieuwe taken vanuit de WMO.
• Ziekenhuizen moeten omzet maken op ‘cure’; zorginstellingen kosten besparen op ‘care’.
Intussen zien zorgverleners hun handelingsvrijheid en consumenten hun keuzevrijheid verdwijnen. Wat ooit was bedoeld als gezond verzakelijken, ontaardt in tegenregelen en wegbezuinigen.

Hoe het zover heeft kunnen komen…
Verzekeraars zijn de gebeten hond. Zij zouden op de stoel van de zorgverlener zijn gaan zitten, recordwinsten oppotten, een oligopolie vormen, onnodig hoge topsalarissen uitkeren, etc.. De verontwaardiging is begrijpelijk, maar hoort niet helemaal bij hen thuis.
Het huidige, zogenoemd hybride stelsel ontstond in 2006 als antwoord op het ‘zorgtoerisme’. Zorgconsumenten omzeilden de wachtlijsten en namen hun toevlucht tot het buitenland. Nederland koos voor het defensief: niet het binnenlandse zorgaanbod verbeteren, maar de verzekeraars de consumenten aan dat aanbod laten binden.
Een soort gedwongen winkelnering dus, maar tegen strikte eisen en voorwaarden en een plicht voor de verzekeraars forse reserves aan te houden. De tucht van de markt zou uitwassen moeten voorkomen.

Van vingerwijzen naar veranderen
Het stelsel werkt niet zoals bedoeld; maar wiens schuld dat is, is niet de belangrijkste vraag. Integendeel: waar verandering aan de orde is, brengt dat soort vragen in de praktijk een patroon teweeg van toenemend wantrouwen, stagnatie en impasse.
Dat patroon is te doorbreken. Vooral in de feitelijke zorgverlening ziet ECo-i gelukkig dan ook steeds meer teams en organisaties zelf het heft in handen nemen.
• Zij stellen de zorgbehoevenden centraal, óók waar regulering dat bemoeilijkt.
• Met high-impact interventies slaan ze verrassende nieuwe wegen in: hun werk wordt effectiever, zinvoller en leuker.
• Ze delen op innovatieve platforms hun ervaringen met branchegenoten.
Wat binnen het stelsel haalbaar is, maken deze zorgverleners samen waar. Daarmee staan ze binnen hun sector in een tamelijk stille, maar eervolle traditie.
Bovendien wijzen ze beleidsmakers de weg naar verbetering van het stelsel. En daarmee is Nederland anno nu beter geholpen dan met vingerwijzen.

Dit artikel is verschenen in de ECo-i-nieuwsbrief van juni 2014.